In de DSM-5 zijn de somatoforme stoornissen vervangen door de somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen. De criteria zijn bovendien flink gewijzigd: hiermee zijn de grenzen tussen de verschillende somatoforme stoornissen duidelijker afgebakend. De scheiding tussen lichaam en geest, zoals die in DSM-IV werd geïmpliceerd, verdwijnt daarmee.

 

Somatisch onverklaard-zijn geen voorwaarde meer voor classificatie
Een criterium voor veel stoornissen in de DSM-IV was dat de (somatische) klachten somatisch onverklaard moesten zijn. In de DSM-5 kunnen klachten al dan niet samenhangen met een somatische aandoening. De nadruk ligt hiermee op excessieve gedachten, gevoelens of gedragingen van de patiënt rond zijn of haar somatische klachten. Daarmee krijgen patiënten de behandeling die zij nodig hebben.

Nieuwe classificatie bevordert integrale zorg
In eerdere edities bestond er veel overlap en verwarring tussen de verschillende somatoforme stoornissen. De grondig getoetste DSM-5-criteria moedigen de clinicus aan de patiënt volledig te onderzoeken, om een accurate classificatie te bepalen en integrale zorg te bieden.

 

Lees meer in het whitepaper Somatisch-symptoomstoornis >>