Verbeteringen in de DSM-5

In De Psycholoog noemt Hengeveld als belangrijkste verbetering in de DSM-5 dat de stoornissen meer vanuit het levensverhaal van de patiënt worden bekeken. In de DSM-IV was dat anders: stoornissen werden apart benoemd bij kinderen en bij volwassenen.

 

Classificatie versus diagnose
Het classificatiehandboek wordt vaak gebruikt om de behandeling te bepalen. Toch is de DSM-5 geen zorgbepalend instrument: ‘in de inleiding staat heel nadrukkelijk dat een classificatie hebben niet betekent dat je zorg nodig hebt, en omgekeerd impliceert het feit dat je behoefte hebt aan zorg niet dat je een classificatie hebt.’ Hengeveld geeft aan dat er een duidelijk verschil is tussen classificeren en een diagnose stellen. Een diagnose gaat verder dan een classificatie, hierbij wordt ook gekeken naar de lijdensdruk en andere bepalende factoren: 'een diagnose is een classificatie plus profilering (prognostische factoren zoals genetische en omgevingsfactoren, en pathofysiologische factoren), stagering (de verschillende fasen van een ziekte), ernst, etiologie en prognose.'

 

Voor elke zorghulpverlener een geschikte uitgave van de DSM-5

De DSM-5 heeft verschillende uitgaven: het volledige handboek, maar ook het beknopt overzicht. Hengeveld zegt hierover: 'om te diagnosticeren heb je dit dikke boek (het handboek) echt nodig.' Huisartsen hebben volgens hem veel meer aan een vereenvoudigde versie: een kortere beschrijving van de criteria is voldoende om een goede classificatie te geven. Dit is noodzakelijk om door te verwijzen naar de generalistische ggz. 

 

Verder lezen?

Op de website van interviewer Malou van Hintum kunt u een verkorte versie van het interview in De Psycholoog lezen: 'De DSM-5: acht antwoorden van psychiater Michiel Hengeveld'. 

Het volledige interview met Hengeveld is voor NIP-leden beschikbaar op de website van De Psycholoog. Lees het volledige interview >>